Vaste grond

"Kijk, dit is de slaapzaal, hier slapen jullie met z'n vieren, gezellig hè?" Ik kijk eens rond en zie chaos en grijzigheid. Ik knik "ja" met al het valse enthousiasme dat ik kan verzamelen, en denk stiekem aan de veilige quilt van mijn moeder die me erdoor heen zal slepen.

De psycholoog zegt dat ik een onverwerkt trauma uit mijn jeugd moet hebben. Ze gaat het proberen omhoog te halen, ondanks het feit dat ik een fantastische kindertijd heb gehad. Maar ze heeft natuurlijk gelijk. Er moet iets zijn.

Ik mag de schoonmaker niet meer zien. Tijdens de rustmomenten kwam hij soms langs en beurde me op met verhalen uit verre landen. Maar nee, zo rust ik niet uit, dat snap ik ook wel.

Sporten is goed voor me. De pijn beeld ik me tenslotte maar in, en zal geen weken duren. Des te meer ik me erover heen zet, des te beter het zal zijn. Er is absoluut geen mogelijkheid dat het slechter zal gaan!

Het is weer tijd voor de wekelijkse wandeling. Ik verbijt de kou, en probeer rillend een diepgaande analyse te doen met mijn begeleider. De begeleider zeg dat ik veel te gevoelig ben en dat ik eens van me af moet bijten en flink ruzie moet maken.

Ze willen het bezoek per avond beperken tot een halfuur. Ik ben boos geworden, wat me niet zo heel goed afging. Nu vinden ze me tegendraads en opstandig en zal ik op deze manier echt niet beter worden. Ik heb meteen sorry gezegd.

Het vriest inmiddels. Esther zegt dat ik niet genoeg mijn best doe en stiekem niet beter wil worden. Ik vraag hoe ik nog meer mijn best kan doen, want ik weet niet hoe ik dat nog meer zou kunnen doen. Ze wordt boos en begint tegen me te schreeuwen. Ja, ik moet niet zo zeuren en het gewoon gaan doen!

Vandaag gaan we aan onze teamspirit bouwen. Ik verstijf als ik de gymzaal binnenloop en de stellage zie. We moeten aan een dun bungelend touw 12 meter omhoog klimmen, en dan aan een ander even inadequaat uitziend touw naar beneden roetsjen. Ik moet het doen, want dan overwin ik mijn angsten.

Bovenin het klimrek wil ik niet meer verder, omdat het inhoudt dat het touw even losgemaakt moet worden en ik niet graag in het luchtledige zweef. Mijn protesterende spieren willen echter niet terug, dus ik besluit maar even te blijven zitten. Beneden zijn ze het er niet mee eens, maar ze wagen het niet om me te redden. Kondrat, een jongen die half verlamd is, klimt met uiterste krachtsinspanning naar me toe en gaat naast me zitten. "Zie je wel," lacht hij, "ze doen het zelf ook niet."

Ik verzamel al mijn moed en roetsj naar beneden. Daar staat Esther met haar apathische blik. "Nou, zo eng was het dus niet. Wat heb je hier nu van geleerd?"

Ik plak mijn beste acteergezicht op en bereid me voor om het sociaal wenselijke antwoord te geven. Er komt echter iets anders uit mijn mond.

"Ik heb geleerd dat ik me geen idiote ideeën moet laten aanpraten".


Vanaf nu sta ik met beide benen op de grond. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen