10 mei

Vol broosheid ligt ze in dat grote bed,
de onmacht van haar ledematen dragend.
Haar stem tot klank verminderd, ze kijkt vragend.
Misschien wacht ze op Iemand die haar redt.

Haar kracht oneindig groot, niet voor te stellen
hoe ze tot haar laatste ademtocht
zich vastklampt aan het leven, hoe ze vocht
om iedereen te horen - te vertellen.

Zoveel te willen, vastgeklemd in smart,
op weg naar eeuwig Licht, geduldig waken,
haar handen doelloos op het witte laken.
En ik vervloek de klok: hij tikt te hard.

Voor oma