Mutsen en Watjes

De zwart knipperende cursor staart me aan. Ik heb zin om weer aan een nieuwe column te beginnen! Vol enthousiasme typ ik de eerste regels, tot ik achter me een bekend gefladder hoor. En ja, nog geen seconde later crasht er een vogel in mijn haar. Ik blijf stug doortypen, maar het heeft geen enkele zin, die vogel baant zich een weg via mijn oor naar mijn neus, vervolgens over mijn schouder en - huppeldehuppel - naar mijn vingers toe. Het is weer zover. 

De krokusjes bloeien, de narcissen trompetteren en de vogels willen eieren leggen. Ook mijn lieve albinoparkietje, genaamd Muts, heeft de lentekolder helemaal te pakken. Waarom ze Muts heet? Omdat ze, net als haar baasje, het meest klungelige van haar soort is. Ze crasht niet voor niets in mijn haar! Maar goed, de lentekolder dus. Op de één of andere manier heeft Muts de gedachte gekregen dat de beste manier om eitjes te leggen, mijn vingers versieren is. Dit probeert ze nu al een paar jaar zonder succes. Dus je zou zeggen dat zelfs mini-hersentjes als de hare, een keer door zou moeten hebben dat het er niet inzit. 

Maar nee hoor, Muts is een echte muts. Wild flirtend komt ze op mijn typende vingers afgestormd, want ja: ze bewegen en dat is leuk! Een fanfare aan riedeltjes wordt tentoongespreid, terwijl ze heftig ja-knikkend tegen mijn vingers aantikt. En o wee als ik dan net probeer om de ‘p’ te typen, want die zit te ver weg naar madam haar zin. Een venijnige tik houdt me in het midden van het keyboard. En bij vlagen commandeert ze ook een lift op mijn hand richting mijn neus, want dat is natuurlijk het ultieme genot. Een uitsteeksel om onder te liggen terwijl uit die rare spleet daaronder hele leuke geluiden komen zodat je gezellig mee kunt kletsen. 

Dit is natuurlijk best schattig. Heel erg schattig. Totdat je een deadline hebt van de column. Ik dacht eigenlijk dat het volgende week was, maar mijn weken zijn weer eens in de war en doen wat ze zelf willen. Ik probeer dit nu te typen terwijl ik Muts afleid met een wc-rolletje. Niet echt een succes, en ik kom er al snel achter dat met één hand typen niet mijn sterkste kant is. Ik spreek haar aan op het feit dat dit echt niet gaat werken, en sluit haar op in de kooi. 

Terwijl ik als een razende aan het typen ben, kijken twee hele zielige rode kraaloogjes me aan, terwijl ze heel zachtjes 'prrrt' tegen me zegt. En ik ben een watje. Voor ik het weet heb ik weer een parkiet aan mijn vingers hangen. Ik geef het op; dit wordt maar gewoon een korte column. 


Column voor de Lees ME 18
Hartelijk dank weer aan Alies Meerman, voor deze ontzettend schattige cartoon van Muts!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen