Impressies

Het begon al meteen goed. Een enigszins norse vrouw vroeg me verveeld of ik met de trap wilde of met de lift. Ik laat me niet kennen en kies uiteraard voor de trap. Dat was fatale vergissing nummer 1.

Toen begon het interview. Dit herkende ik van de vele doktersgesprekken die ik in mijn leven heb gehad. Het probleem is dat je nooit wat goeds kunt zeggen, alles wat je zegt wordt verdraaid. De vraag hoelang ik ziek was ging nog wel, en ook mijn klachten wist ik vrij goed op te sommen met een spiekbriefje. Toen kwam het. Wat doe ik op een dag? Deze vraag had ik verwacht, en ik hoop dat mijn lichte overdrijving goed valt. Ik smokkel een paar slaapuurtjes erbij om te verbergen dat ik meer achter de computer zit dan ik nu opgeef, omdat achter de computer zitten wordt gelijkgesteld aan “een leuke ontspanning”. Dat ik regelmatig uren naar het lege beeldscherm zit te staren, zonder energie om echt iets te gaan doen, kan er bij hun niet in. Wat ik aan sport doe? Tja, sport is eigenlijk best wel onmogelijk… Ik bouw wel wat op natuurlijk met training. Lees: ik zit 5 minuten per dag op de Wii, de lichtste oefeningen te doen, op de dagen dat ik energie heb. Maar dat willen ze niet horen, ze willen dat ik een consequent schema aanhoud waarbij ik binnen 2 weken van 5 minuten op een halfuur intensief fietsen zit. Op wilskracht kan ik een eind komen, maar als ik instort ben ik altijd weer terug bij af. Nee, dat is toch eigenlijk onmogelijk, zegt ze, het opbouwen faalt nooit. Het concept dat het één dag wel kan, en vervolgens 3 dagen niet, wordt ook niet begrepen.

En dan, weer een fatale vergissing makend, opper ik voorzichtig dat ik soms ook weleens wat ga winkelen, op de vraag wat ik graag doe. Stom, stom, stom. Zij ziet hele visioenen voor zich van een vrolijk kletsend vriendinnenkoppel dat moedig een hele dag de straten van Utrecht onveilig maakt, met vele tassen aan hun zijde met dure merknamen erop. Mijn visioen is iets anders, ik zie voor me hoe ik, weer eens met pure wilskracht, hooguit twee winkels binnen kan gaan en op de gok wat truitjes meeneem (zorgvuldig afgewogen tussen de twee uitersten: zo warm en leuk mogelijk). Vervolgens spendeer ik een paar uur plat op de bank, helemaal uitgeteld, denkend aan dat hele leuke aankopen en hoe ik het straks aan ga passen.

Ik probeer het uit te leggen, maar ik raak een beetje in paniek, en ik zie de vrouw al denken: ja, daar heb ik je mooi te pakken. Die blik ken ik maar al te goed van dokters, maar een verzekeringsarts is toch momenteel iets belangrijker. Ze gaat over mijn Wajong-aanvraag. In het komende jaar zal ik uitvinden hoe ze me op elk punt probeert te pakken, me laat ondervragen door een psycholoog die vervolgens een rapport opmaakt van iemand die mijn naam heeft, maar die ik helemaal niet ken. Ik probeer terug te vechten met 10 rapporten van psychologen die ik voor haar heb gehad, en die allemaal eenduidend zijn dat er psychisch niets mankeert, maar het zal niets helpen. Ik zal de beste advocaat van Nederland krijgen, die een dossier van 500 pagina’s maakt waarin tientallen onderzoeken, artsen, psychologen en mensen uit mijn omgeving bewijzen dat ik echt ziek ben. Het zal niets baten, van beroepscommissie tot een echte rechtszaak. Het UWV zal aankomen met een gestresst mannetje dat zo te zien 4 minuten voor het proces pas alles heeft ingekeken, en met 1 A4tje “bewijs” komt dat ik niet ziek ben, en het UWV zal winnen. Ik ben nu psychisch gestoord, zonder uitkering. Ik zal in de bijstand belanden, waar ze ook al het mogelijke zullen doen om me eruit te werken met bevooroordeelde artsen, reïntegratieprojecten en psychologen. Ik zal mijn vertrouwen in de rechtsstaat volledig verliezen en mijn best doen om niet verbitterd te raken.

Soms vraag ik me af hoe anders het had kunnen lopen als ik mijn zwakte had laten zien en de lift had genomen.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten